Zoals elke doordeweekse morgen, stak ik ook deze donderdagochtend vanaf de Baarsjeweg de Overtoomse Sluis over en kwam ik met mijn fiets tot stilstand voor het stoplicht dat mijn koers richting Amstelveenseweg tijdelijk onderbrak. De zon stak zijn hoofd aarzelend om de hoek van het wolkendek, de temperatuur was behaaglijk en gedachteloos nam ik plaats tussen de andere, op het groene licht wachtende Amsterdammers.
Opeens een stem achter mij: 'Hé, Wilkers!'. Ik draaide mij om, en zag, op het trapje dat leidde naar het brugwachtershuisje, oud-collega Winfried staan. 'Koffie? Of heb je haast?' Hij zag er patent uit in zijn uniform van de Dienst Binnenwaterbeheer Amsterdam. Zijn rossige haar droeg hij nog immer in jaren vijftig stijl: strak achterover gekamd, ongetwijfeld met behulp van Brylcreem. Het brilmontuur op zijn neus was ook wars van modegrillen. De tijd scheen geen vat te hebben op zijn gezicht: nauwelijks een spoor van veroudering ten opzichte van de keer dat ik hem voor het laatst had gezien, enkele jaren terug. Ik vermoedde een relaxed leven. Ik besloot dat ik geen haast had, zette mijn fiets tegen de brugreling en volgde Winfried de trap op, naar binnen.
Na zijn ontslag als filmlaborant, zo'n drie jaar geleden, besloot Winfried een baan te zoeken binnen zijn oude professie, de scheepvaart. Hij solliciteerde als brugwachter, en werd aangenomen. De afgelopen jaren volgde hij een aantal cursussen, en inmiddels is hij een geroutineerd bediener van de hoofdstedelijke bruggen.
Ik betrad een riante werkplek: bureautje met computerscherm, comfortabele fauteuil, breedbeeldtelevisie, dvd- en cd speler, en een keukenblok met op het aanrecht een Senseo-apparaat. Aan de muren mooie foto's van de brug in vervlogen tijden, en van enkele boten die de Overtoomse Sluis ooit hadden gepasseerd. Voor de ramen half gesloten Luxaflex, en in de vensterbank een enkele potplant. Verder vier televisieschermen met daarop livebeelden van de Overtoom en, vanuit drie posities, van de verderop gelegen Zeilbrug, die vanaf deze plek op afstand wordt bediend.
Breed grijnzend keek Winfried mij aan. 'Een heerlijke baan. Ik verdien veel meer dan destijds bij het bedrijf waar wij collega's waren, en hoef daar minder uren voor te draaien. En ik heb geen enkele stress: ik kan hier studeren, lezen, beetje televisie kijken, internetten… Veel bellen met collega's, en dan praten als Brugman. Ha,ha, een grappige uitdrukking, voor een brugwachter! Af en toe wel wat werken natuurlijk: de brug ophalen, en weer laten zakken. En als de brug niet meer naar beneden wil, bel ik iemand die het oplost. Daar kan ik verder ook niks aan doen, als die brug het verdomt. Nee, je hoort mij niet klagen. En jij?'
Ik droomde over het Verzameld werk van Simon Vestdijk lezen, over on-line schaken, boeken schrijven, kruiswoordraadsels oplossen en dromerig voor me uitstaren over Amsterdamse waterwegen. Tijdens werktijd.
'Eh, alles z'n gangetje. Druk, druk. Het gebruikelijke gedoe en gezeik. Maar ik moet nu gaan, ik heb een afspraak straks.' Hartelijk namen we afscheid. Ik nam mijn plek voor het stoplicht weer in. Nog één keer draaide ik me om. Winfried stond ontspannen een shaggie te draaien en keek me na. In zijn ogen las ik milde spot.